De Cho Oyu (8201m), op de grens van Tibet en Nepal, is een berg die in technisch opzicht niet al te moeilijk te beklimmen is. De beklimming is echter in alle opzichten extreem zwaar en vereist zowel fysiek als psychisch het uiterste van de klimmers. de berg is de laatste jaren zeer populair als springplank naar de Mt. Everest.
We besteden veel aandacht aan de organisatie van het basiskamp (BC) en het vooruit geschoven basiskamp (ABC), de veiligheid op de berg en, heel belangrijk, de keuze van de beste sherpa's en gidsen voor uw veiligheid.
Vanuit het trefpunt in Kathmandu vliegen we naar Lhasa in Tibet en van daaruit rijden we met jeeps in een aantal dagen naar BC op 4900 m. Daarbij is ruim tijd ingepland voor de nodige acclimatisatie, het bezichtigen van kloosters en het proeven aan de rijke Tibetaanse cultuur. Boven ABC hebben we 3 kampen. De route is een mix van morenen en ijs in het begin en later is alles op sneeuw en ijs. Er is een steil gedeelte over een ijswand van 20 meter waar we uiteraard een vast touw aanleggen voor de veiligheid. Onze sherpa's richten alle kampen in, zodat u u zich kunt concentreren op het klimmen. De expeditie-leider ontvangt per satelliet het laatste weerbericht uit Zwitserland en met zijn enorme ervaring kan hij goed inschatten op welke dag de top kan worden beklommen. De dag naar de top start in kamp 3 op 7400 meter en gaat via sneeuw en over de zgn. gele band naar het top sneeuwveld.
|